Deel I: Hilton Foods-uitspraak van de rechtbank Amsterdam

maandag, 20 augustus 2018

Deel I: Hilton Foods-uitspraak van de rechtbank Amsterdam

Op 29 juni 2018 heeft de kantonrechter te Amsterdam uitspraak gedaan in de Hilton Foods-uitspraak. Welke betekenis heeft deze uitspraak voor de uitzendbranche? Wij zullen in een reeks van twee artikelen de uitspraak bespreken en tevens de betekenis daarvan voor de uitzendbranche uiteenzetten. In het eerste deel vatten wij voor u de uitspraak samen.

Feiten en omstandigheden

In deze zaak gaat het om Hilton Foods Holland B.V. (hierna: “Hilton Foods”), een bedrijf dat vlees verpakt voor Albert Heijn. De activiteiten van Hilton Foods vallen onder de cao Slagersbedrijf. In deze cao is in artikel 3 opgenomen:

"3. Indien hij de inwerkingtreding van deze cao voor één of meer werknemers (rechtens geldende) gunstiger arbeidsvoorwaarden bestaan dan in deze cao overeengekomen, blijven deze voor de betrokken werknemer gehandhaafd.

6. Indien een uitzendkracht drie maanden of langer werkzaam is hij één en dezelfde werkgever, dan is deze werkgever verplicht er zorg voor te dragen dat de werknemer een uurloon verdient dat minimaal gelijk is aan het salaris dat hij conform deze cao zou verdienen indien hij in dienst zou zijn van de werkgever. Tevens heeft de uitzendkracht in dat geval aanspraak op de in artikel 13 genoemde koudetoeslag en avond/nachttoeslag. De inlenende werkgever moet zich ervan verzekeren dat de betreffende uitzendkracht dit salaris en eventuele vergoedingen ontvangt."

Hilton Foods verwierf per 3 januari 2000 de Centrale Slagerij te Zaandam van Albert Heijn. FNV en Hilton Foods hebben destijds afspraken gemaakt in het kader van de komst van deze werknemers naar Hilton Foods. Partijen zijn overeengekomen dat de cao Slagersbedrijf vanaf 1 april 2000 op de werknemers van toepassing zijn, behoudens en voor zover arbeidsvoorwaarden zullen zijn geregeld in de cao Hilton Meats Zaandam (HMZ).

Eind december 2002 hebben FNV en Hilton Foods overeenstemming bereikt over een nieuwe cao voor de werknemers van Hilton Foods, de cao HMZ. Deze liep van 1 april 2000 tot en met 30 juni 2004. In deze cao werd bepaald dat de cao HMZ naast of in plaats van de cao Slagersbedrijf geldt. De arbeidsvoorwaarden die afwijken van de cao Slagersbedrijf zijn vastgelegd in de cao HMZ. In de cao HMZ was ook een en ander bepaald over een koudetoeslag. De koudetoeslag uit de cao HMZ geldt echter pas bij temperaturen van rond of onder de 0-2 graden Celsius terwijl de koudetoeslag uit artikel 13 van de cao Slagersbedrijf al gelding heeft bij temperaturen onder de 12 graden Celsius.

Op 25 juli 2006 heeft een vertegenwoordiger van de FNV het onderwerp ‘koudetoeslag’ op de agenda gezet. Bij brief werd op 29 augustus 2008 aangegeven: “Zoals u weet is de koudetoeslag conform de slagers cao al lange tijd onderwerp van gesprek. Alhoewel de slagers cao die toeslag voorschrijft, betaalt u de toeslag niet.” Hilton Foods betaalde alleen de koudetoeslag uit de cao HMZ en niet de koudetoeslag als overeengekomen in de cao Slagersbedrijf.

In de hierop volgende periode zijn partijen tevergeefs geprobeerd om tot één nieuwe cao te komen. Bij brief van 14 maart 2017 heeft FNV aan Hilton Foods verzocht de in artikel 13 cao Slagersbedrijf opgenomen koudetoeslag direct toe te passen en deze met terugwerkende kracht uit te betalen. Hilton Foods heeft hier afwijzend op gereageerd.

Oordeel van de kantonrechter

De vraag is welke koudetoeslagregeling op de werknemers (en bepaalde uitzendkrachten) van Hilton Foods van toepassing is. In beide cao’s zijn hierover bepalingen opgenomen, waarbij vaststaat dat de cao Slagersbedrijf een zogenaamde minimum-cao is.

Artikel 1.2 van de cao HMZ bepaalt dat deze geldt naast of in plaats van de cao Slagersbedrijf en dat de arbeidsvoorwaarden die afwijken van de cao Slagersbedrijf zijn vastgelegd in de cao HMZ. Partijen verschillen van mening over de uitleg van dit artikel.

De rechter geeft aan dat een dergelijk artikel moet worden uitgelegd aan de hand van de cao-norm. Deze houdt in dat aan een bepaling van een cao een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn, zodat het niet aankomt op de bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao is gesteld.

Als artikel 1.2 de cao HMZ wordt uitgelegd aan de hand van cao-norm is de conclusie dat voor de werknemers van Hilton Foods niet slechts de cao HMZ geldt, maar eveneens de cao Slagersbedrijf. De koudetoeslag uit de cao Slagersbedrijf wordt toegekend aan alle werknemers die in hoofdzaak werkzaam zijn in ruimten die gekoeld worden tot een temperatuur beneden de 12 graden Celsius. De koudetoeslag uit de cao HMZ is een stuk hoger en geldt voor werknemers die meer dan de helft van de tijd werken in ruimten met een temperatuur van 0-2 graden Celsius. De koudetoeslag uit de cao Slagersbedrijf is het minimum dat Hilton Foods moet bieden en de koudetoeslag uit de cao HMZ is aanvullend. Er zijn geen partijbedoelingen kenbaar waaruit anders kan worden opgemaakt.

De rechter oordeelt dat de conclusie van het voorgaande is dat de cao HMZ bepaalt dat de cao Slagersbedrijf geldt voor de werknemers van Hilton Foods en, gelet op artikel 3.6 van de cao Slagersbedrijf, ook voor de daarin omschreven uitzendkrachten. Het is daarbij niet van belang of deze cao al dan niet algemeen verbindend is verklaard. Gevolg is dat per werknemer per tijdseenheid moet worden bekeken welke regeling betreffende de koudetoeslag van toepassing kan zijn. De meest gunstige geldt.

Voorts oordeelt de rechter dat uit niets blijkt dat FNV haar rechten op de koudetoeslag ex artikel 13 cao Slagersbedrijf heeft verwerkt, dat zij daarvan afstand heeft gedaan dan wel hoe haar handelen in strijd is met de contractuele goede trouw. Het betalen van te weinig toeslag is een tekortkoming in een verplichting uit hoofde van de arbeidsovereenkomst waarvan binnen de verjaringstermijn van vijfjaar nakoming kan worden gevorderd. Dat laatste heeft FNV ook ingezien reden om vanaf de stuitingsbrief d.d. 14 maart 2017 niet meer dan vijf jaar aan achterstallige koudetoeslag te vorderen.

Samenvattend wordt door de rechter geconcludeerd dat de door FNV gevraagde veroordelingen toewijsbaar zijn, waarbij wordt opgemerkt dat de toeslagen in verband met het werken in de kou moeten worden uitgekeerd dan wel aangevuld tot het bedrag waarop een werknemer/uitzendkracht (van artikel 3.6 cao Slagersbedrijf) recht heeft ex artikel 13 cao Slagersbedrijf dan wel artikel 5.4 cao HMZ.

Meer weten over de inlenersbeloning dan wel de betekenis van de Hilton Foods-uitspraak voor uw onderneming, neem dan vrijblijvend contact met ons via  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / +31(0)13 - 820 09 52.

 

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

FaLang translation system by Faboba