Deel II: De betekenis van de Hilton Foods-uitspraak van de rechtbank Amsterdam voor de uitzendbranche

dinsdag, 21 augustus 2018

Deel II: De betekenis van de Hilton Foods-uitspraak van de rechtbank Amsterdam voor de uitzendbranche

“Rechter stelt medewerkers Hilton Food Holland in het gelijk, forse nabetaling koudetoeslag’(website FNV), Vleesverwerkers krijgen met terugwerkende kracht koudetoeslag (website nos), Vleesverwerker moet koudetoeslag betalen”. Dit zijn enkele koppen uit kranten en op websites naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam van 29 juni 2018. In het eerdere artikel hebben wij de feiten en omstandigheden uit de Hilton Foods-uitspraak uiteengezet. In dit artikel zullen wij uiteenzetten welke betekenis deze uitspraak heeft voor de uitzendbranche.

ABU-cao en NBBU-cao

De ABU-cao en NBBU-cao bepalen dat uitzendkrachten vanaf de eerste dag van de terbeschikkingstelling recht hebben op de inlenersbeloning. De inlenersbeloning houdt in dat de uitzendkracht recht heeft op de rechtens geldende beloning van de werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht. De inlenersbeloning bestaat uit de navolgende componenten:

1. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;

2. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting per week/maand/jaar/periode. Deze kan - dit ter keuze van de uitzendonderneming - gecompenseerd worden in tijd en/of geld;

3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslag;

4. initiële loonsverhoging, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald;

5. kostenvergoeding (voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen: reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie);

6. periodieken, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald.

Inleen-cao

Sommige inleners zijn gebonden aan een cao, waarin een zogenoemde “vergewisbepaling” is opgenomen. Dit is een cao-bepaling waarin de inlener de verplichting krijgt om zich ervan te verzekeren dat de uitzendkrachten bepaalde looncomponenten uit de inleen-cao ontvangen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de Hilton Foods-uitspraak in artikel 3 Slagersbedrijf Cao, waarin is  opgenomen:

“Indien een uitzendkracht drie maanden of langer werkzaam is bij één en dezelfde werkgever, dan is deze werkgever verplicht er zorg voor te dragen dat de werknemer een uurloon verdient dat minimaal gelijk is aan het salaris dat hij conform deze cao zou verdienen indien hij in dienst zou zijn van de werkgever. Tevens heeft de uitzendkracht in dat geval aanspraak op de in artikel 13 genoemde koudetoeslag en avond/nachttoeslag. De inlenende werkgever moet zich ervan verzekeren dat de betreffende uitzendkracht dit salaris en eventuele vergoedingen ontvangt.”

Deze vergewisverplichting kan echter strijdig zijn met de uitlenende cao, zoals de ABU-en NBBU-cao’s. Indien de uitzendonderneming aan een cao is gebonden die een bepaling bevat die conflicterend is aan de cao van de inlener, ontstaat er eigenlijk een situatie dat twee cao’s op dezelfde situatie van toepassing zijn en met elkaar “botsen”. Immers, de lijst van de inlenersbeloning bevat bijvoorbeeld geen koudetoeslag en strikt formeel gezien is de uitzendonderneming dus niet gehouden een koudetoeslag toe te kennen aan de uitzendkrachten. Terwijl de inleen-cao de inlener kan verplichten zich ervan te verzekeren dat de uitzendonderneming ook aan de uitzendkrachten bijvoorbeeld een koudetoeslag toekent.

Het voorgaande betekent dat strikt formeel gezien op grond van de inlenersbeloning de uitzendkracht jegens de uitzendonderneming niet per definitie aanspraak maakt op een koudetoeslag. Ook al staat dat in de inleen-cao. Het “speelveld” c.q. de cao waaraan de uitzendonderneming en uitzendkracht gebonden zijn is de ABU-cao of NBBU-cao. Alleen wat betreft de inlenersbeloning dient acht te worden geslagen op hetgeen bij de inlener geldt. Het is dus niet zo dat de uitzendkracht dan opeens recht heeft op alle aanspraken voortvloeiende uit de inleen-cao. Alleen wat betreft de componenten die vallen onder de inlenersbeloning. Koudetoeslag maakt op grond van de ABU-cao of de NBBU-cao geen onderdeel uit van de inlenersbeloning.

De uitzendonderneming en de inlener zullen echter bij “botsende cao-bepalingen” wel afspraken moeten maken over hoe ze met conflicterende cao-bepalingen omgaan. Dat kan bijvoorbeeld bij zo’n vergewisbepaling.

Meer weten over de inlenersbeloning dan wel de betekenis van de Hilton Foods-uitspraak voor uw onderneming, neem dan vrijblijvend contact met ons via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / +31(0)13 - 820 09 52.

 

 


 

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

FaLang translation system by Faboba