Nieuwe verplichtingen bij tijdelijk werk in Nederland

maandag, 15 februari 2016

Nieuwe verplichtingen bij tijdelijk werk in Nederland

Het is een feit. Het wetsvoorstel arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie ligt inmiddels bij de Tweede Kamer. Heel veel aandacht krijgt dit wetsvoorstel niet. Jammer, want de inhoud van dit wetsvoorstel is heel belangrijk voor internationaal opererende ondernemingen die tijdelijk werknemers detacheren in Nederland.

In dit wetsvoorstel zijn de mogelijkheid van gegevensuitwisseling, grensoverschrijdende boete-inning, ketenaansprakelijkheid voor loon en de meldingsplicht voor buitenlandse ondernemingen als zij tijdelijk werk komen verrichten in Nederland opgenomen. De regels gelden niet alleen voor "hard core" uitzendondernemingen, maar ook voor zuivere dienstverleners (een Duits bedrijf dat in opdracht van een Nederlandse dienstontvanger onder eigen toezicht en leiding een brug komt bouwen in Nederland) of in geval van concerndetachering (een werknemer van Shell Italia wordt tijdelijk bij de Nederlandse vestiging van Shell gedetacheerd).

Opvallend aan het wetsvoorstel is dat het minimumloonbegrip uit de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet avv) in het kader van tijdelijke detachering enorm wordt verruimd. Op dit moment wordt het minimumloonbegrip in de Wet avv gedefinieerd als; “minimumloon, daaronder begrepen voor overwerk, daaronder niet begrepen aanvullende bedrijfspensioenregelingen”. Met het wetsvoorstel wordt het minimumloonbegrip veel ruimer gedefinieerd, te weten; “de rechtens geldende beloning van de werknemer in dienst van de dienstontvanger, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de gedetacheerde werknemer, waarbij tot dit minimumloon in ieder geval behoren:

1. het geldende periodeloon in de schaal;

2. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting per week/maand/jaar/periode;

3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, waaronder feestdagentoeslag en ploegentoeslag;

4. tussentijdse loonsverhoging, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald;

5. kostenvergoeding: reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie;

6. periodieken, hoogte en tijdstip als bij de dienstontvanger bepaald;

7. eindejaarsuitkeringen;

8. extra vergoedingen in verband met vakantie,

en waarbij niet tot dit minimumloon behoren: aanspraken op aanvullende bedrijfspensioenregelingen en op bovenwettelijke sociale zekerheidsaanspraken en vergoedingen boven het loon in verband met door de gedetacheerde werknemer te maken onkosten voor reiskosten, huisvesting of voeding”.

De nieuwe definitie van het minimumloon uit de Wet avv is opmerkelijk, omdat het erop lijkt dat de verruiming van het minimumloonbegrip een mix is van het loonverhoudingsvoorschrift uit artikel 8 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en de inlenersbeloning uit de ABU-cao. Is dit wel correct?

Het loonverhoudingsvoorschrift is aan de orde wanneer sprake is van ter beschikking stelling van arbeidskrachten in de zin van artikel 1 lid 1 sub c Waadi. Ter beschikking stelling van arbeidskrachten wordt in de Waadi gedefinieerd als: “het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht en leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid”. Uit de Kamerstukken II 1996/97, 25263, nr. 3, p. 8 blijkt dat intra concern uitlening niet valt onder de definitie van ter beschikking stelling. Nu het wetsvoorstel ook bijvoorbeeld van toepassing is op zuivere dienstverlening en concerndetachering, is de definitie van het minimumloonbegrip in dit wetsvoorstel eigenlijk onjuist. Het gaat bij zuivere dienstverlening niet om het verrichten van arbeid onder toezicht en leiding van een derde, maar onder toezicht en leiding van de werkgever zelf. Ook als acht wordt geslagen op de toepasselijkheid van de inlenersbeloning uit de ABU-cao, geldt dat toezicht en leiding door een derde als één van de belangrijkste voorwaarden geldt voor een uitzendovereenkomst. Als toezicht en leiding van een derde ontbreekt, is er geen sprake van een uitzendovereenkomst en komt men logischerwijs ook niet toe aan de toepasselijkheid van de inlenersbeloning.  

Niet allen datgene wat wel onder het “nieuwe minimumloonbegrip” valt is opmerkelijk, ook hetgeen niet tot het minimumloon wordt gerekend roept de nodige vraagtekens op. Immers, vergoedingen boven het loon in verband met door de gedetacheerde werknemer te maken onkosten voor reiskosten, huisvesting of voeding vallen niet onder het minimumloonbegrip uit dit wetsvoorstel. Reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie vallen er echter wel onder. Verwarrend. Hoe moet de exceptie van wat niet onder het minimumloonbegrip valt worden uitgelegd in het kader van hetgeen er wel onder valt? Ook in verband met de discussie over de welbekende “verafgelegen-bepaling” uit de Cao Bouw en Infra, is dit een interessante vraag. Kan met dit wetsvoorstel bij tijdelijke ter beschikking stelling een streep worden gehaald door de zogenoemde “verafgelegen-bepaling” uit de Cao Bouw en Infra wanneer het gaat om tijdelijke detachering? Immers, waarom anders wordt een expliciete uitzondering gemaakt voor "reiskosten, huisvesting of voeding". Dit wetsvoorstel met de nieuwe definitie van het minimumloon gaat nog wel de nodige discussies opleveren. Een kritische blik van de Tweede Kamer is dan ook onontbeerlijk. De advocaten van Rimec en Aelbers PersoneelsDiensten kunnen met het wetsvoorstel wellicht nieuwe argumenten aandragen om het standpunt ten aanzien van de “verafgelegen bepaling” nog meer kracht bij te zetten.

Opvallend aan dit wetsvoorstel is voorts dat het niets regelt over de situatie dat een werknemer in dienst van een Nederlandse onderneming ter beschikking wordt gesteld om tijdelijk arbeid te verrichten in een andere EU-lidstaat. Gemiste kans of wordt het nog op Europees niveau nader bepaald?

Minister Asscher had het wetvoorstel al aangekondigd en men had het dan ook wel kunnen zien aankomen, zeker met het oog op het Europees voorzitterschap zit de vaart er goed in. Het wetsvoorstel verdient echter nog niet de relevante aandacht en ook kritische geluiden uit het veld en de wetenschap zijn er (nog) niet. Dit is frappant, omdat de inhoud meedogenloos wordt voor internationaal opererende ondernemingen als men nu niet van zich laat horen.

Meer weten over wat dit wetsvoorstel voor uw onderneming betekent, neem dan contact met ons op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / +31(0)13 - 820 09 52.

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

FaLang translation system by Faboba